BulkBoek BesteKorteVerhalen (dit is een pilot)
Gabriel García Márquez
Lees voor 🔊
     Gabriel García Márquez 
     De warme nacht van Amsterdam 



Het was de warmste vrijdag van Amsterdam en misschien wel van heel Nederland in honderdtweeënvijftig jaar geweest, en dat wist je zonder het te hoeven voelen. 
   'Iedereen is gek geworden,' zei de gedienstige employé van het hotel, doorweekt van zweet in zijn lakense livrei. 'Zelfs de computers,' zei hij. De prachtige walkuren, die uit het Noorden waren gekomen op hun jaarlijkse trektocht naar de stranden van de Middellandse Zee, liepen blootsvoets, hun sandalen over de schouders bungelend, door de straten of zaten urenlang op de kanten van de grachten om hun voeten te verfrissen, en een van die meisjes trok haar schaarse kleding uit en sprong poedelnaakt, lang en goudbruin als ze was, onder applaus van de toeristen die op de terrassen onder de parasols zaten te doezelen, in de gracht. Ze werd niet door de politie opgevist, maar door een ambulance van de GGD, uit bezorgdheid voor wat iemand kon overkomen die van dat vredige, giftige water dronk. In de straten waren muziekgroepjes aan het improviseren, er waren predikers en acrobaten, profeten en straatrovers, en er was een mimespeler die met het imiteren van de manier van lopen van voorbijgangers in drie uur meer verdiende dan een taxichauffeur in een week. Het was een ongelooflijk volmaakte parodie. 
   Ik heb weleens gezegd dat wat me in Amsterdam aantrekt is dat het zo op Curaçao lijkt, en die middag was er geen enkel verschil. Er hing een krankzinnige atmosfeer, een geur van verrot fruit en dode vogels die mijn heimwee naar het Caribisch gebied naar boven haalde. De enigen die niet van de warmte genoten, waren de arme meisjes die in de vitrines zitten en in normale tijden de grootste attractie voor de bezoekers vormen. Ze bleven in hun poppenhuisjes, maakten chocola in hun poppenkeukentjes en dronken deze, een stukje brood erin soppend, in hun poppenbedjes waar niemand de liefde kwam bedrijven. Het was natuurlijk ook bij niemand opgekomen om naar die meisjes te gaan, nu iedereen die op die babylonische middag lust voelde om de liefde te bedrijven, daar ongestoord gevolg aan gaf in de herfstige uithoeken van het park, zieltogend genietend van een ware en gratis liefde tussen de tulpen en de struisvogels. Het was zoiets ongewoons dat de studenten in een jubelende protestdemonstratie tegen alles, behalve de hitte, de straat opgingen en handgemeen raakten met de politie, en luidruchtig eisten wat onmogelijk leek dat iemand in Nederland ooit zou eisen: 'Weg met de koningin.' Te midden van al die buitensporigheden zweefde een enorme, gele ballon met opschriften door de lucht, en de bemanning daarvan wuifde onverschrokken vanuit hun slingerende mand naar de menigte alsof ze werkelijk voorgoed vertrokken. 'Vliegen is iets dat in de natuur van de Nederlanders ligt,' mijmerde ik. De ballon bleef door de lucht zweven tot het omstreeks elf uur donker werd en alleen het mauve licht van de noordelijke zomer achterbleef, maar in het hotel hadden ze nog niemand gevonden die in staat was de door de hitte dolgedraaide computers te repareren. 
   Ik vernam dat toen ik met mijn koffer de trappen naar de vijfde verdieping was opgezeuld, waar ze mij een kamer hadden toegewezen, en daar stuitte op een paar van hetzelfde geslacht - hoewel ik er nooit achter ben gekomen van welk geslacht - dat in het bed lag te stoeien. Ik protesteerde bij de receptie, niet omdat het paar van hetzelfde geslacht was, maar omdat ze mij een kamer hadden gegeven waar al de liefde werd bedreven. De hotelemployé, standvastig en doorweekt van zweet, zei toen dat alle gruwelen die avond mogelijk waren omdat het hele hotel aan de genade van de computers was overgeleverd. Er hing immers een ponskaartje aan onze sleutel en daarmee was alles mogelijk: de deur met een beveiligingssysteem afsluiten of openen zonder van je bed op te hoeven staan, elf televisiekanalen vanuit elke hoek van de kamer bedienen, de elektronische wekker instellen, de deuren van de lift openen en sluiten wanneer ze geblokkeerd waren door lieden die geen cliënten van het hotel waren en maaltijden of drankjes naar je kamer laten brengen middels een code van lichtsignalen. Ik kende andere geautomatiseerde hotels, maar het enige dat hiermee kon wedijveren was het New Orani, in Tokio. Je programmeerde de telefoon om op een bepaalde tijd gewekt te worden en dan vulde je kamer zich de volgende dag precies op dat tijdstip met het getjilp van vogels die levensecht tussen de bomen leken te zingen, vogels die in je verbeelding alle afmetingen en kleuren konden hebben en zo hartstochtelijk zongen dat ze je niet noodden om op te staan, maar om juist in een toestand van gelukzaligheid in dat fantasiebos te blijven. Het enige dat je niet had gevraagd, was hoe je ze tot zwijgen moest brengen, en de eerste dag van mijn verblijf in Tokio werd ik dan ook achtervolgd door het rumoer van al die wekvogels. 
   In Amsterdam waren die avond inderdaad alle gruwelen mogelijk. De verslagenheid van de hotel bediende was terecht: de enige manier om erachter te komen welke kamers beschikbaar waren of welke bezet waren, was om met een moedersleutel van kamer naar kamer te gaan en ze alle te openen. Vanaf middernacht luisterden de liften niet meer naar de orders van de ponskaartjes, en ze stegen en daalden ordeloos en stonden alleen maar stil als ze van binnenuit werden bediend. Wanneer we de lift nodig hadden, belde de hotel bediende naar de receptie en dan ging er iemand naar de verdieping waar hij eigenhandig was blijven staan en voerde hem als aan de halster mee naar waar wij stonden te wachten. Ik die even bang voor liften als voor vliegtuigen ben, om dezelfde redenen, vroeg wat er zou gebeuren als we erin opgesloten waren. 
   'Geen idee,' zei de bediende. 'Dit is de eerste keer dat het gebeurt en dus moeten we maar op God vertrouwen.' 
   Maar dat was niet het enige dat ons ontbrak. Een piccolo had ons verteld dat kamer 507 absoluut vrij was omdat hij zelf een uur eerder de bagage had gehaald en de hotelgast naar de taxi had gebracht. Maar de deur van die kamer was niet te openen omdat door een berekeningsfout de deur van binnenaf met het 
beveiligingsmechaniek was afgesloten. We moesten wachten tot het magische brein zijn winterse helderheid hervond om alles weer als in het echte leven te laten functioneren. Maar dat gebeurde pas de volgende dag. De oplossing die we intussen, na vier avontuurlijke uren, accepteerden was niet de gelukkigste. 
   Diezelfde middag was de slaapkamer van een suite verhuurd aan iemand die deze niet volledig in beslag wilde nemen. En dus werden wij in de aangrenzende kamer ondergebracht: de sofa werd in een bed veranderd en een andere werd uit de opslagruimte gehaald. Ze pasten amper in her vertrek, maar na al die heroïsche tochten omhoog en omlaag was kieskeurigheid niet op zijn plaats. Pas de volgende dag, toen de lucht weer dichttrok en de communicatie met de rest van de wereld weer mogelijk was, hoorden we dat Gloria en Alvaro Castario, onze reisgenoten, eveneens de halve nacht de trappen op en af waren gelopen en van kamer naar kamer waren gelopen, op zoek naar ons, om met ons te eten, en dat ze tenslotte, beseffend dat ze een illusie najoegen, uitgeput waren gaan slapen. 
   Het was een spookachtige nacht. Bij het nachtkastje stond een bedieningspaneel waarmee je zonder je te verroeren alle voorzieningen in de kamer kon bedienen. We hadden amper onze ogen dichtgedaan of de televisie ging eigener beweging aan en we zagen Marlène Dietrich in haar beste jaren, met haar mythische benen en haar doorgerookte stem, en ondanks onze vermoeidheid konden we de verleiding niet weerstaan om haar tot het einde te volgen. Maar haar lied was nog niet verstomd of het apparaat ging vanzelf uit, en we bleven achter met een alarmsignaal en een flikkerlicht, rood en intens als een niet te ontcijferen boodschap van Jupiter. We legden ons erbij neer om met dat licht te leven toen het vanzelf uitfloepte en de telefoon dwingend begon te rinkelen. Maar het enige dat we aan de andere kant van de lijn hoorden was een stem die voortdurend 'sorry' zei. Kort voor het aanbreken van de dag gingen alle lichten aan en vulde de kamer zich met de amoureuze honing uit de piano van Richard Clyderman, die zijn complete repertoire aan ingeblikte muziek snoeihard op ons afvuurde. Om die tijd stuurde het bedieningspaneel ons onpeilbare tekens van verre sterrenstelsels en tijdloze schipbreuken. Ik probeerde tevergeefs het paneel uit te schakelen, want het was niet op het centrale systeem aangesloten via een simpele, menselijke knop, maar met een moederkabel die je onmogelijk kon doorsnijden, op gevaar af dat er dan een of ander zelfvernietigend mechanisme in werking trad dat ons allemaal in de dood mee zou slepen. Het was nog steeds ondraaglijk heet, zoiets als om twee uur 's nachts in het Caribisch gebied, maar het raam openen was erger dan het gesloten te houden. Buiten ging de herrie van de bromfietsen en het oorverdovende kabaal van de muziek door; het eindeloze gedender van een mooie, vredige stad die plotseling zijn ware helse aard laat zien. We sliepen dan ook zo goed mogelijk tot acht uur 's morgens, toen iemand zonder te kloppen de deur met de moedersleutel opende en een stoet plechtige kelners een smakelijk ontbijt voor elf personen naar binnen droeg. Na een dringende oproep verscheen de employé die onze beschermengel van de afgelopen nacht was geweest en die nu de grens van zijn geduld had bereikt. Dat ontbijt voor elf personen kon alleen maar de zoveelste vergissing van de computers zijn, waarvan men dacht dat ze door de weersomslag waren genormaliseerd. Als door een onthullend briesje bewogen, wendde de man zich met een gekweld gezicht naar mij en zei: 'Ik hoop van harte dat u hier niet over gaat schrijven. ' 
   Ik zweer dat het tot dat moment niet bij me op was gekomen. 
   'Natuurlijk niet,' zei ik, 'dat ontbrak er nog maar aan.' 



Uit: De zee van mijn verloren verhalen (Meulenhoff Quarto)
Vertaald door Francine Mendelaar en Mieke Westra.


#AnnoDeTwintigsteEeuw
#Categorie7LatijnsAmerikaanseSchrijvers
#Lesniveau**3**

Gabriel García Márquez
Lees voor 🔊
De mooiste verhalen uit Nederland en de wereld op je tablet, telefoon of notebook. Met dank aan de Nederlandse Taalunie.