BulkBoek BesteKorteVerhalen (dit is een pilot)
Isaac Asimov
Lees voor 🔊
[‘s Werelds allereerste verhaal waarin de term ‘robotica’ werd gebruikt, over een telepathische robot die, door de eerste wet van de robotica overdreven toe te passen, tegen mensen gaat liegen.]

     Isaac Asimov (1920-1992}
     Leugenaar


Alfred Lanning stak zijn sigaar met zorg aan, maar zijn vingertoppen trilden lichtjes. Z'n grijze wenkbrauwen trokken zich samen terwijl hij tussen de trekjes door zei: 'Hij kan gedachtenlezen, best, daar kan verdomd weinig twijfel over bestaan! Maar waarom?' Hij keek naar de wiskundige, Peter Bogert. 'Nou?' 
   Met beide handen streek Bogert zijn haar glad. 'Dat was het vierendertigste RB-model dat we maakten, Lanning. Al de andere waren strikt normaal.' 
   De derde man aan de tafel fronste zijn voorhoofd. Milton Ashe was het jongste staflid van de US Robots & Mechanical Men, Inc. en erg trots op zijn functie. 
   'Luister eens, Bogert. De montage was foutloos. Dat garandeer ik je.' 
   Bogerts dikke lippen vormden een vaderlijke glimlach. 'O ja? Als je dat kunt garanderen voor het hele montageproces, zal ik je voor promotie voordragen. Om precies te zijn, zijn er vijfenzeventigduizend-tweehonderdvierendertig handelingen nodig voor het maken van een enkel positronbrein; iedere handeling op zich is voor een succesvolle uitvoering afhankelijk van een aantal factoren, van vijf tot éénhonderdenvijf. Als een van die handelingen verkeerd wordt uitgevoerd, is het "brein" vernield. Ik citeer onze eigen inlichtingenfolder, Ashe.' 
   Milton Ashe liep rood aan, maar een vierde stem sneed zijn antwoord af. 'Als we beginnen met te proberen iemand de schuld te geven, vertrek ik.' Susan Calvins handen lagen ineengeklemd in haar schoot en de kleine lijntjes rond haar dunne bleke lippen werden dieper. 'We hebben hier te maken met een robot die gedachten kan lezen en ik dacht zo dat het nogal belangrijk was om uit te vinden waaróm hij gedachten kan lezen. We schieten er niets mee op "Jouw fout! Mijn fout!" te zeggen.' 
   Haar koele grijze ogen vestigden zich op Ashe en deze grijnsde. 
   Alfred Lanning grijnsde ook en, zoals altijd op een dergelijk moment, deden zijn lange witte haar en zijn schrandere kleine ogen hem op de afbeeldingen van een Bijbelse patriarch lijken. 
   'Een punt voor u, mevrouw Calvin.' 
   Er was opeens een scherpe klank in zijn stem. 'Dit is het verhaal in een notendop. We hebben een positronbrein gemaakt van een veronderstelde normale soort dat de opmerkelijke kwaliteit bezit zich op gedachtengolven te kunnen afstemmen. 
   Het zou de meest belangrijke vooruitgang in de robotica sinds tientallen jaren zijn als we wisten hoe het gebeurde. Dat weten we niet en dat moeten we te weten zien te komen. Is dat duidelijk?' 
   'Mag ik een voorstel doen?' vroeg Bogert. 
   'Ga je gang!' 
   'Ik zou willen voorstellen dat - totdat we deze warboel opgehelderd hebben - en als wiskundige verwacht ik dat het een ongelooflijke warboel is - we het bestaan van RB-34 geheim houden. Ik bedoel, zélfs voor de andere leden van de staf. Wij zijn de afdelingshoofden en we behoren het geen onoplosbaar probleem te vinden en hoe minder ervan af weten ... ' 
   'Bogert heeft gelijk,' zei mevrouw Calvin. 'Sinds de Interplanetaire Code zodanig gewijzigd is dat het toegestaan werd robotmodellen in de fabrieken te testen voordat ze naar de ruimte worden verscheept, is de anti-robotpropaganda toegenomen. Als er maar één woord uitlekt over een robot die in staat is om gedachten te lezen voordat we erbij kunnen zeggen dat we het verschijnsel helemaal onder controle hebben, zal dat als een behoorlijk effectief wapen tegen ons kunnen worden gebruikt.' 
   Lanning zoog aan zijn sigaar en knikte ernstig. Hij keerde zich naar Ashe. 'Ik dacht dat je zei dat jij alleen was toen je voor het eerst achter die geschiedenis van dat gedachtenlezen kwam.' 
   'En óf ik alleen was - ik kreeg de schrik van mijn leven. RB-34 was net van de montagetafel genomen en ze brachten hem naar mij toe. Obermann was ergens naartoe, dus nam ik hem zelf mee naar de testruimte - tenminste, daar begon ik mee.' Ashe hield even op en er speelde een kleine glimlach om zijn mondhoeken. 'Zeg, heeft een van jullie ooit wel eens een gedachten-gesprek gevoerd zonder het te weten?' 
   Niemand nam de moeite te antwoorden en hij ging door: 'Je beseft het eerst niet, weet je. Hij praatte tegen me, zo logisch en zinnig als je je maar voor kunt stellen en pas toen ik vlak bij de testruimte was, realiseerde ik me dat ik geen woord had gezegd. Zeker, ik dacht een heleboel, maar dat is niet hetzelfde, nietwaar? Ik heb dat ding opgesloten en ben naar Lanning gerend. Ik kreeg het op mijn zenuwen van dat ding dat daar naast me liep en kalmpjes in mijn gedachten tuurde en er hier en daar wat uitpikte: 
   'Dat kan ik me voorstellen,' zei Susan Calvin peinzend. Haar ogen bleven op een typisch strakke manier op Ashe rusten. 'We zijn zo gewend om onze eigen gedachten als iets persoonlijks te beschouwen.' 
Lanning kwam ongeduldig tussenbeide. 'Dus alleen wij vieren weten ervan. We moeten dit systematisch aanpakken. Ashe, ik zou graag willen dat je het hele montageproces van begin tot einde naliep - alles. Je elimineert alle handelingen waarbij de kans op een fout uitgesloten was en je noteert al de andere, samen met de aard en de draagwijdte van een mogelijke fout.’ 
   'Dat is nogal wat,' bromde Ashe. 
   'Natuurlijk! Vanzelfsprekend zet je je ondergeschikten er ook aan - allemaal als dat nodig is en het kan me ook niet schelen of we op ons schema achter raken. Maar ze mogen van niets weten, is dat begrepen?' 
   'Hm-m-m, ja!' De jonge technicus grijnsde zuur. 'Het blijft een schat van een karweitje.’ 
   Lanning liet zijn stoel een halve slag draaien en keek mevrouw Calvin aan. 'U pakt de zaak van de andere kant aan. U bent de robotpsychologe van dit bedrijf, dus gaat u de robot zélf bestuderen en daarvanuit werkt u terug. Probeer erachter te komen hoe dat bij hem werkt. Onderzoek wat er verder aan zijn telepathische vermogens vastzit, hoe ver die zich uitstrekken, hoe ze zijn kijk op de dingen beïnvloeden en welke schade er precies aan zijn normale RB-kwaliteiten is toegebracht. Hebt u dat?' 
   Lanning wachtte niet op mevrouw Calvins antwoord. 'Ik zal het werk coördineren en de resultaten wiskundig interpreteren. 
   Hij trok heftig aan zijn sigaar en mompelde de rest door de rookwolkjes heen. 'Bogert zal me daar natuurlijk bij helpen.' 
   Bogert maakte de nagels van zijn ene korte dikke hand schoon met die van de andere. 'Dat zou ik zeggen, ja. Van dat soort werk weet ik wel wat af.' 
   'Goed, ik ga aan de slag.' Ashe schoof zijn stoel terug en stond op. Op z'n prettige jeugdige gezicht verscheen een grijns. 'Ik heb het rottigste baantje van ons allemaal, dus ga ik ervandoor en aan het werk.' Met een losweg 'Zie jullie nog wel' vertrok hij. 
   Susan Calvin antwoordde met een nauwelijks zichtbaar knikje, maar haar ogen volgden hem totdat hij uit het gezicht was en ze zei niets toen Lanning gromde: 'Wilt u nu naar boven gaan en RB-34 gaan bekijken, mevrouw Calvin?' 
   De foto-elektrische ogen van RB-34 richtten zich van het boek op toen hij het gedempte geluid van draaiende deurscharnieren hoorde en hij stond op toen Susan Calvin binnenkwam. Ze nam even de tijd om het grote bord met 'Niet Storen' weer aan de deur te hangen en liep toen op de robot toe. 
   'Ik kom je de boeken over hyperatoommotoren brengen, Herbie, een paar in ieder geval. Zou je ze eens in willen zien?' 
   RB-34 - anders bekend als Herbie - tilde de drie zware boeken uit haar armen en sloeg er een op de titelpagina open. 
   'Hm-m-m, "Hyperatoomtheorie".' Terwijl hij de bladzijden omsloeg mompelde hij in zichzelf en zei afwezig:     'Wilt u niet gaan zitten, mevrouw Calvin. Dit kost me wel een paar minuten.' 
   De psychologe ging zitten en keek oplettend toe hoe Herbie een stoel aan de andere kant van de tafel nam en systematisch de drie boeken doorwerkte. Toen er een half uur om was, sloeg hij ze dicht. 'Natuurlijk, ik begrijp waarom u deze boeken gebracht hebt.' 
   Mevrouw Calvin vertrok haar mondhoeken. 'Daar was ik al bang voor. Het is moeilijk om met je te werken, Herbie. Je bent me altijd een stap voor.' 
   'Met deze boeken is het net als met de andere, dat weet u. Ze interesseren me gewoon niet. Uw studieboeken zeggen me niets. Uw wetenschap is gewoon een grote verzameling feiten die door geïmproviseerde theorieën bij elkaar wordt gehouden - en allemaal zo vreselijk eenvoudig dat het nauwelijks de moeite waard is om er aandacht aan te besteden. Het zijn uw romans die me interesseren. Uw studies over de wisselwerking tussen de drijfveren en emoties van mensen ... ' Zijn sterke hand maakte een vaag gebaar alsof hij naar de juiste woorden zocht. 
   Mevrouw Calvin fluisterde: 'Ik geloof dat ik het begrijp.' 
   'Ik kan gedachten lezen, weet u,' vervolgde de robot, 'en u hebt er geen idee van hoe ingewikkeld die zijn. Omdat mijn eigen geest zo weinig ermee gemeen heeft, begrijp ik niet alles ... maar ik probeer het en uw romans helpen daarbij.' 
   'Ja, maar ik ben bang dat nadat je je door een paar van die aangrijpende emotionele situaties in onze gevoelsliteratuur hebt gewerkt' - er klonk een zweempje bitterheid in haar stem - 'je bestaande geesten zoals de onze saai en kleurloos zult vinden.' . 
   'Maar dat vind ik niet!' 
   De onverhoedse geestdrift in het antwoord deed Susan Calvin opspringen. Ze voelde dat ze bloosde en dacht koortsig: 
   Hij weet het! 
   Herbie bedaarde onmiddellijk en mompelde zacht, met een stem waaruit de metalige klank bijna helemaal verdwenen was: 
   'Maar natuurlijk weet ik het, mevrouw Calvin. U denkt er altijd aan, dus hoe zou ik het niet kunnen weten.' 
   Haar gezicht stond strak. 'Heb je ... het aan iemand verteld?' 
   'Natuurlijk niet.' Er klonk oprechte verwondering in zijn stem. 
   'Niemand heeft het me gevraagd.' 
   'Nou, ik veronderstel dat je me een dwaas vindt,' gooide ze eruit. 
   'Nee, het is een normale emotie.' 
   'Misschien is het juist dáárom zo dwaas.' De smachtende klank in haar stem overstemde alles. Ze was een vrouw van de wetenschap, maar nu brak er een stukje van de vrouw in haar door die laag heen. 'Ik ben niet wat je ... aantrekkelijk zou noemen.' 
   'Als u fysieke aantrekkingskracht bedoelt, kan ik daar niet over oordelen. Maar in ieder geval weet ik dat er andere vormen van aantrekkingskracht zijn.' 
   'Ook niet jong.' Mevrouw Calvin had de robot nauwelijks gehoord. 
   'U bent nog geen veertig.' Er was een toon van bezorgde aandrang in Herbie's stem gekomen. 
   'Achtendertig als je de jaren telt. Een verschrompelde zestigjarige als het mijn emotionele kijk op het leven betreft. Ik ben niet voor niets psychologe.' Het gevoel van verbittering maakte haar ademloos. 'En hij is nauwelijks vijfendertig en hij doet en ziet eruit alsof hij jonger is. Dacht je dat hij me ooit anders zag dan als ... als wat ik ben?' 
   'U vergist u!' Herbie's stalen vuist sloeg met een schel gekletter op het plastic tafeloppervlak. 'Luister naar me .. .' 
   Maar Susan Calvin keerde zich nu tegen hem, haar gezicht had een gejaagde uitdrukking gekregen en in haar ogen laaide de pijn hoog op. 'Wat weet jij ervan, jij ... machine die je bent. Voor jou ben ik alleen maar weer een ander exemplaar van mijn soort; een insect met een vreemdsoortige geest, opengelegd en gereed voor het onderzoek. Het is een prachtig voorbeeld van frustratie, vind je niet? Bijna evengoed als in je boeken.' Ze gooide het tussen droge snikken door eruit en nu stokte haar stem. 
   De robot was ineengekrompen voor de uitbarsting. Pleitend schudde hij zijn hoofd. 'Wilt u naar me luisteren, alstublieft. Ik zou u kunnen helpen als u dat wilde.' 
   'Hoe?' Smalend trok ze haar mondhoeken op. 'Door me goede raad te geven?' 
   'Nee, zo niet. Maar het is nu eenmaal zo dat ik weet wat andere mensen denken. Wat Milton Ashe denkt, bijvoorbeeld.' 
   Er was een lange stilte en Susan Calvin sloeg haar ogen neer. 
   'Ik wil niet weten wat hij denkt,' hijgde ze. 'Houd je mond.' 
   'Ik denk dat u wél wilt weten wat hij denkt.' 
   Haar hoofd bleef gebogen, maar haar ademhaling ging sneller. 
   'Je praat onzin,' fluisterde ze. 
   'Waarom zou ik. Ik probeer te helpen. Milton Ashe's gedachten over u ... ' hij wachtte even. 
   En toen hief de psychologe haar hoofd op. 'Ja?' 
   'Hij houdt van u,' zei de robot rustig. 
   Een volle minuut lang zei mevrouw Calvin niets. Ze staarde alleen maar. Toen zei ze: 'Je vergist je, je moet je vergissen! 
   'Waarom zou hij?' 
   'Maar het is zo. Zoiets kan niet verborgen blijven, niet voor mij.' 
   'Maar ik ben zo ... zo .. .' stamelde ze en zweeg. 
   'Hij kijkt onder de oppervlakte en heeft bewondering voor het intellect in anderen. Milton Ashe is niet het type om een mooi hoofd met haar en een paar ogen te trouwen.' 
   Susan Calvin merkte dat ze hevig met haar ogen knipperde en ze wachtte even voordat ze sprak. Ook toen trilde haar stem nog. 'Toch heeft hij beslist nooit op de een of andere manier blijk gegeven van ... ' 
   'Hebt u hem ooit een kans gegeven?' 
   'Dat kon toch niet. Ik had nooit gedacht dat .. .' 
   'Precies.' 
   De psychologe verzonk in gedachten en keek toen plotseling op. 
   'Een half jaar geleden kwam een meisje hem hier op de fabriek bezoeken. Ze zag er leuk uit, veronderstel ik. .. blond en slank, en ze kon natuurlijk nauwelijks twee en twee bij elkaar optellen. De hele dag heeft hij zich buiten adem gewerkt om te proberen haar uit te leggen hoe een robot in elkaar werd gezet. Wie was ze?' 
   Herbie antwoordde zonder te aarzelen: 'Ik weet wie degene is die u beschrijft. Zij is zijn nichtje en er is van een romance geen sprake, dat kan ik u verzekeren.' 
   Susan Calvin stond met een haast meisjesachtige opgewektheid op. 'Nee maar, is dat niet vreemd? Dat is precies wat ik mezelf soms voorhield hoewel ik het nooit in werkelijkheid gedacht heb. Dan is het dus toch waar.' 
   Ze vloog op Herbie toe en klemde zijn koude zware hand tussen haar eigen handen. 'Dank je, Herbie.' Haar stem was een dringend hees gefluister. 'Vertel niemand hier iets over. Laat dit ons geheim zijn ... en nogmaals, dank je.' Daarmee en met een krampachtig drukje op Herbie's kille metalen vingers, vertrok ze. 
   Langzaam keerde Herbie weer naar zijn verwaarloosde roman terug, maar er was niemand om zijn gedachten te lezen. 
   Luid steunend en met krakende gewrichten rekte Milton Ashe zich langzaam en sierlijk uit en wierp toen een vlammende blik op Peter Bogert. 
   'Zeg,' zei hij, 'ik ben nu een week lang en bijna zonder te slapen hiermee bezig geweest. Hoe lang moet ik er nog mee doorgaan? Ik dacht dat je zei dat het positronenbombardement in vacuümkamer D de oplossing was.' 
   Bogert geeuwde beschaafd en bestudeerde zijn bleke handen met belangstelling. 'Dat is ook zo. Ik ben op het spoor.' 
   'Ik weet wat dat betekent als het door een wiskundige gezegd wordt. Hoe dicht ben je bij het einde?' 
   'Dat hangt er vanaf. ' 
   'Waarvan?' Ashe plofte in een stoel en strekte zijn lange benen voor zich uit. 
   'Van Lanning. De ouwe knaap is het niet met me eens.' Hij zuchtte. 'Hij loopt een beetje achter, dat is de moeilijkheid met hem. Hij klampt zich aan de matrix-mechanica vast alsof er niets anders bestaat en voor dit probleem zijn er krachtiger mathematische werktuigen nodig. Hij is te koppig. 
   Ashe mompelde slaperig: 'Waarom vraagje Herbie niet om de hele zaak op te lossen?' 
   'Aan de robot vragen?' Bogert trok zijn wenkbrauwen op. 
   'Waarom niet? Heeft onze oude vriendin je niets verteld?' 
   'Je bedoelt mevrouw Calvin?' 
   'Zeker. Susie in eigen persoon. Die robot is een wiskundig wonder. Hij weet alles over alles en nog een beetje meer. Drievoudige integralen doet hij uit zijn hoofd en spanningsanalyses neemt hij als dessert.' 
   De wiskundige keek sceptisch. 'Méén je dat?' 
   'Ik zweer het! De grap is dat de idioot niets om wiskunde geeft. Hij leest liever huilerige romannetjes. Echt waar. Je zou de rommel moeten zien die Susie hem voert. "Purperen Passie" en "Liefde in de Ruimte".' 
   'Mevrouw Calvin heeft óns hier niets van gezegd.' 
   'O, nou, ze is nog niet klaar met hem te bestuderen. Je weet hoe ze is; ze houdt ervan om alles in stilte te doen voordat ze het grote geheim ontsluiert.' 
   'Ze heeft het jóu verteld.' 
   'We raakten wat aan de praat. Ik zie haar de laatste tijd nogal vaak.' Hij sperde zijn ogen open en fronste.     'Zeg, Bogie, heb jij de laatste tijd iets vreemds aan die dame gemerkt?' 
   Bogert ontspande zich in een onbeschaamde grijns. 'Ze gebruikt lipstick, als je dat bedoelt.' 
   'Verdorie, dat weet ik. Rouge, poeder en oogschaduw óók. Het is een fraai gezicht. Maar dat bedoel ik niet. Ik kan het niet onder woorden brengen. Het is de manier waarop ze praat - alsof ze ergens gelukkig om is of zo.' Hij peinsde nog even en haalde zijn schouders op. 
   De ander veroorloofde zich een wellustige blik, wat voor een man van de wetenschap van boven de vijftig geen slechte prestatie was. 'Misschien is ze verliefd.' 
    Ashe deed zijn ogen weer dicht. 'Je bent getikt, Bogie. Ga maar met Herbie praten. Ik blijf hier en ik ga slapen.' 
   'Dat zal ik doen! Niet dat ik er zo ontzettend op gesteld ben dat een robot mij vertelt wat ik moet doen, en ook niet omdat ik geloof dat hij daartoe in staat is!' 
   Een zacht gesnurk was het enige antwoord. 
   Herbie luisterde oplettend toen Peter Bogert, handen in de zakken en met omstandige onverschilligheid, tegen hem sprak. 
   'Zo zit het dus. Er is me verteld dat je deze dingen begrijpt en ik vraag het je meer uit nieuwsgierigheid dan om een andere reden. In de lijn van mijn betoog zoals ik je dat zojuist geschetst heb, zitten een paar dubieuze punten - dat geef ik toe - die Lanning weigert aan te nemen en het hele beeld is nog steeds tamelijk onvolledig.' 
   De robot gaf geen antwoord en Bogert zei: 'Nou?' 
   'Ik zie geen fouten.' Herbie bestudeerde de neergekrabbelde cijfers. 
'   Ik veronderstel niet dat je verder kunt gaan dan dat?' 
   'Ik durf het niet te proberen. U bent een beter wiskundige dan ik ... en ... nou ja, ik wil niet het risico lopen dat ik me vergis.' 
   Er was een zweempje van voldoening in Bogerts glimlach. 
   'Ik dacht dat eigenlijk al. Het is moeilijk. Vergeet het maar.' 
   Hij verfrommelde de vellen papier, gooide ze in de afvalkoker, draaide zich om om te vertrekken en bedacht zich toen. 
   'Wat ik zeggen wilde .. .' 
   De robot wachtte. 
   Bogerts scheen er moeite mee te hebben. 'Er is iets ... dat wil zeggen, misschien kun jij .. .' Hij hield op. 
   Herbie zei rustig: 'Uw gedachten zijn verward, maar er is geen enkele twijfel mogelijk over het feit dat ze alle meneer Lanning betreffen. Het is dom om te aarzelen, want zodra u zich hersteld hebt, weet ik wat u wilt vragen.' 
   De wiskundige maakte het vertrouwde gebaar met zijn hand over zijn haar. 'Lanning loopt tegen de zeventig,' zei hij alsof daarmee alles verklaard was. 
   'Dat weet ik.' 
   'En hij staat al bijna dertig jaar aan het hoofd van de afdeling.' 
   Herbie knikte. 
   'Nou, eh .. .' Bogerts stem werd beminnelijk, 'jij weet misschien wel of ... of hij erover denkt om zich terug te trekken. Z'n gezondheid misschien of een of andere .. .' 
   'Ja,' zei Herbie en dat was alles. 
   'Nou, weet je het?' 
   'Zeker.' 
   'Zou je ... eh ... het me dan kunnen zeggen?' 
   'Nu u het vraagt, ja.' De robot zei het alsof het niet zoveel ter zake deed. 'Hij heeft zijn ontslag al ingediend.' 
   'Wat!' De uitroep was een soort ontploffing, haast onverstaanbaar. Het grote hoofd van de geleerde schoot naar voren. 
   'Zeg dat nog eens?' 
   'Hij heeft zijn ontslag al ingediend,' herhaalde de robot kalm, 'maar het is nog niet van kracht. Hij wacht ermee totdat het probleem van ... eh ... mijzelf is opgelost. Als dat gebeurd is, is hij gereed om de leiding aan zijn opvolger over te dragen.' 
   Bogert haalde gejaagd adem. 'En die opvolger? Wie is dat?' 
   Hij stond nu vlak voor Herbie, als gefixeerd door die mat-rode gloed in de foto-elektrische cellen die de ogen van de robot waren, maar waar niets uit af te lezen was. 
   De woorden kwamen langzaam. 'U bent de volgende directeur.' 
   En Bogerts gezicht ontspande zich in een zuinige glimlach. 'Dat is goed nieuws. Daar wachtte en hoopte ik op. Bedankt, Herbie.' 
   Peter Bogert zat tot vijf uur in de ochtend achter zijn bureau en om negen uur was hij alweer terug. De rij naslagwerken en tabellenboeken op de boekenplank boven zijn bureau werd steeds kleiner naarmate hij het een na het ander raadpleegde. 
   Het stapeltje vellen met berekeningen vóór hem werd maar nauwelijks groter en aan zijn voeten vormde zich een heuvel van bekrabbeld en verfrommeld papier. 
   Precies om twaalf uur staarde hij naar de laatste bladzijde, wreef zijn bloeddoorlopen ogen uit, geeuwde en haalde zijn schouders op. 'Dit wordt met de minuut erger, verdomme!' 
   Bij het geluid van de opengaande deur draaide hij zich om en knikte tegen Lanning die zijn magere handen wrijvend binnenkwam. . 
   De directeur nam de wanorde in het vertrek in zich op en trok zijn wenkbrauwen samen. 'Een nieuwe aanpak?' vroeg hij. 
   'Nee,' was het uitdagende antwoord. 'Wat is er verkeerd met de oude?' 
   Lanning nam niet de moeite te antwoorden, hij wierp alleen een enkele nieuwsgierige blik op het bovenste vel papier op Bogerts bureau. Hij stak een sigaar aan en van achter de opvlammende lucifer zei hij: 'Heeft Susan Calvin je over de robot verteld? Hij is een wiskundig genie. Werkelijk opmerkelijk.' 
   De ander snoof luidruchtig. 'Dat hoorde ik. Maar Susan Calvin zou zich beter bij de robotpsychologie kunnen houden. Ik heb Herbie op z'n wiskunde getest en hij kan nauwelijks de differentiaalrekening aan.' 
   'Susan Calvin dacht daar anders over.' 
   'Ze is getikt.' 
   'En ik denk er ook anders over.' De ogen van de directeur vernauwden zich dreigend. 
   'Jij!' Bogerts stem klonk harder. 'Waar heb je het over?' Ik ben de hele ochtend met Herbie bezig geweest om na te gaan wat hij kan, en hij kent foefjes waar jij nog nooit van gehoord hebt.' 
   'O ja?' 
   'Dat klinkt sceptisch!' Lanning rukte een vel papier uit zijn vestzak en vouwde het open. 'Dat is niet mijn handschrift, hè?' 
   Bogert bestudeerde het grote hoekige schrift dat het papier bedekte. 'Is dit van Herbie?' 
   'Precies. En het zal je opvallen dat hij zich beziggehouden heeft met jouw tijdsintegraalberekening van vergelijking 22.' 
   Lanning tikte met een gelige vingernagel op de laatste regel. 'Hij komt 'tot dezelfde conclusie als ik en in een kwart van de tijd die ik ervoor nodig had. Jij had het vertragingseffect bij een positronenbombardement niet mogen verwaarlozen.' 
   'Ik verwaarloosde het niet. In vredesnaam, Lanning, begrijp nou eens een keer dat het opgeheven zou worden door ... ' 
   'O, zeker, dat heb je uitgelegd. Jij hebt de omzettingsvergelijking van Mitchell gebruikt, nietwaar? Nou, die is hier niet van toepassing. ' 
   'Waarom niet?' 
   'Omdat je met hyperimaginaire grootheden hebt gewerkt, om maar eens één ding te noemen.' 
   'Wat heeft dat ermee te maken?' 
   'De vergelijking van Mitchell kun je niet toepassen wanneer ... ' 
   'Ben je gek? Als je Mitchells oorspronkelijke uiteenzetting daarover zou herlezen in "Uitvoeringen van de Ver-" , 
   'Dat hoef ik niet te doen. Ik heb je al eens verteld dat ik niet van zijn manier van redeneren houd en Herbie is het in dat opzicht met me eens.' 
   'Nou,' riep Bogert,' laat dan dat stuk mechaniek het hele probleem voor je oplossen. Waarom zou je je over de onbelangrijke zaken opwinden?' 
   'Daar gaat het juist om. Herbie kan het probleem niet oplossen. 
   En als hij het niet kan, kunnen wij het alléén ook niet. Ik ga het hele probleem aan de Nationale Commissie voorleggen. Het is te veel voor ons.' 
   Met een grauw gooide Bogert zijn stoel omver en sprong met een paars aangelopen gezicht overeind. 'Jij doet niets van die aard.' 
   Op zijn beurt liep Lanning rood aan. 'Ga jij me vertellen wat ik wel of niet kan doen?' 
   'Precies,' was het gesiste antwoord. 'Ik heb het probleem onder de knie en jij gaat het niet uit mijn handen pakken, versta je? Denk maar niet dat ik je niet doorheb, uitgedroogd fossiel dat je bent. Jij zou eerder je eigen hand afhakken voor je mij de eer zou gunnen het probleem van de robottelepathie te hebben opgelost.' 
   'Je bent een verdomde idioot, Bogert, en binnen een seconde zal ik je wegens insubordinatie laten schorsen.' Lannings onderlip trilde van woede. 
   'Dat is een van de dingen die je niet zult doen, Lanning. 
   Als er een gedachtenlezende robot in de buurt is, bestaan er geen geheimen en vergeet dus niet dat ik alles over je ontslag weet.' 
   De as van Lannings sigaar trilde en viel en de sigaar zelf volgde. 'Wat ... wat .. .' 
   Bogert grinnikte vals. 'En ik ben de nieuwe directeur, begrepen? Ik ben me daar heel goed van bewust, daar kun je zeker van zijn. Loop naar de bliksem, Lanning. Ik ga hier de lakens uitdelen of anders zal ik ervoor zorgen dat je in de grootste rotzooi van je leven terechtkomt.' 
   Lanning vond zijn stem terug en brulde het uit: 'Je bent geschorst, hoor je 't. Je bent van elke functie ontheven. Je bent er geweest, begrepen?' 
   De grijns op het gezicht van de ander werd breder. 'Wat heeft dat nu toch voor zin? Daar schiet je niets mee op. Ik heb de troeven in handen. Ik weet dat je je ontslag ingediend hebt. Herbie heeft 't me verteld en hij had het regelrecht van jou.' 
   Lanning dwong zichzelf rustig te blijven. Hij zag er als een heel oude man uit, met vermoeide ogen in een gezicht waar de rode kleur uit verdwenen was en waar de vele jaren een perkamentachtig geel in achter hadden gelaten. 'Ik wil met Herbie praten. Zoiets kan hij je niet verteld hebben. Je speelt hoog spel, Bogert, maar ik overtroef je. Ga mee.' 
   Bogert haalde zijn schouders op. 'Naar Herbie? Goed! Verdomd goed!' 
   Het was ook precies twaalf uur toen Milton Ashe van zijn onhandige schets opkeek en zei: 'U begrijpt het idee? Ik kan het niet zo best tekenen, maar zo ziet het er ongeveer uit. Het is een schat van een huis en ik kan het voor bijna niets krijgen.' 
   Susan Calvin keek met een smeltende blik naar hem op. 'Het is werkelijk prachtig,' zuchtte ze. 'Ik heb vaak gedacht dat ik zo graag ... ' Haar stem stierf weg. 
   'Natuurlijk moet ik op mijn verlof wachten,' ging Ashe opgewekt verder terwijl hij zijn potlood weglegde.    'Dat duurt nog twee weken, maar door die geschiedenis met Herbie is alles een beetje op losse schroeven komen te staan.' Hij keek naar zijn vingernagels. 'Bovendien is er nog iets, maar het is een geheim.' 
   'Vertel het me dan maar niet.' 
   'O, ik wil het zo graag doen. Ik sta te springen om het iemand te vertellen en u bent zo'n beetje de beste ... eh ... vertrouwelinge die ik hier kan vinden.' Hij grinnikte schaapachtig. 
   Susan Calvins hart bonsde, maar ze waagde het niet iets te zeggen. 
   'Om eerlijk te zijn ... ' Ashe schoof zijn stoel dichterbij en liet zijn stem tot een vertrouwelijk gefluister dalen - 'het huis is niet alleen voor mijzelf. Ik ga trouwen!' En toen sprong hij uit zijn stoel op. 'Wat is er aan de hand.?' 
   'Niets!' Het vreselijke draaierige gevoel was over, maar het viel haar moeilijk om de woorden uit te spreken. 'Trouwen? Je bedoelt ... ' 
   'Jazeker! Het wordt eens tijd, nietwaar? Herinnert u zich dat meisje dat hier vorige zomer was? Dat is ze! Maar u bent ziek. U .. .' 
   'Hoofdpijn.' Susan Calvin wuifde hem zwakjes weg. 'Ik heb er de laatste tijd nogal last van. Ik wil je natuurlijk … feliciteren. Ik ben erg blij ... ' De onhandig aangebrachte rouge maakte een paar akelig rode plekken op haar krijtwitte gezicht. 'Excuseer me ... alsjeblieft.' 
   Ze prevelde de woorden terwijl ze blindelings naar buiten strompelde. Het was als de plotselinge ontknoping van een droom - en het was gebeurd met de onwerkelijke verschrikking van een nachtmerrie. 
Maar hoe was het mogelijk? Herbie had gezegd. . . Herbie wist het! Hij kon gedachtenlezen! 
   Ze merkte opeens dat ze, naar adem snakkend, tegen een deurpost leunde en in Herbie's metalen gezicht staarde. Ze moest de twee trappen op gerend zijn, maar ze kon het zich niet herinneren. Ze had - zoals in een droom - de afstand in een oogwenk afgelegd. Zoals in een droom! 
   En Herbie's starre ogen staarden nog steeds in de hare en het leek alsof de mat-rode gloed erin zich uitzette zodat ze in twee flauw schijnende, nachtmerrieachtige bollen keek. 
   Hij zei iets en ze voelde het koude glas van de deurpost tegen haar lippen drukken. Ze slikte en huiverde toen ze zich opeens min of meer van haar omgeving bewust werd. Herbie sprak nog steeds en zijn stem klonk gejaagd alsof hij pijn had en bang was en zich verdedigde. 
   Ze begon de woorden te begrijpen. 'Dit is een droom,' zei hij, 'en u moet er niet in geloven. U zult spoedig ontwaken in de echte wereld en om uzelf lachen. Hij houdt van u, zeg ik u. Het is zo. Het is zo! Maar niet hier. Niet nu. Dit is een zinsbegoocheling. ' 
   Susan Calvin knikte en ze fluisterde: 'Ja! Ja!' Ze had Herbie's arm gegrepen, klemde zich eraan vast en herhaalde keer op keer: 'Het is niet waar, hè. Nee, hè?' 
   Waardoor ze precies tot zichzelf kwam, heeft ze nooit geweten, maar het was alsof ze opeens van een mistige en onwerkelijke wereld overging in een waar fel zonlicht scheen. Ze duwde hem weg, gaf een harde zet tegen die metalen arm en haar ogen waren wijd opengesperd. 
   'Wat probeer je te doen?' Haar stem verhief zich en wild schreeuwde ze opnieuw: 'Wat probeer je te doen?' 
   Herbie week achteruit. 'Ik wil helpen.' 
   De psychologe staarde hem aan. 'Helpen? Door me te vertellen dat dit een droom is? Door te proberen me schizofreen te maken?' Een hysterische gespannenheid maakte zich van haar meester. 'Dit is geen droom! Ik wou dat het er een was!' 
   Ze haalde diep adem. 'Wacht eens. Ik ... ik ... begrijp het. Goeie Hemel, het ligt zo voor de hand.' 
   Er klonk angst in de stem van de robot. 'Ik moest het doen!' 
   'En ik geloofde je. Ik had nooit gedacht .. .' 
   Harde stemmen buiten de kamer deden haar ophouden. Ze wendde zich met krampachtig gebalde vuisten af en toen Bogert en Lanning binnenkwamen, stond ze bij het verste raam. Geen van beiden besteedde ook maar de minste aandacht aan haar. 
   Gelijktijdig liepen ze op Herbie af. Lanning boos en ongeduldig, Bogert nonchalant en smalend. De directeur sprak het eerst. 'Kijk eens hier, Herbie. Luister naar me!' 
   De robot sloeg zijn ogen op en keek de bejaarde directeur scherp aan. 'Ja, meneer Lanning?' 
   'Heb je met meneer Bogert over mij gepraat?' 
   'Nee, meneer.' Het antwoord kwam traag en de glimlach op Bogerts gezicht verdween op slag. 
   'Wat is dat?' Bogert duwde zijn directeur opzij en stond wijdbeens voor de robot. 'Herhaal wat je me gisteren vertelde.' 
   'Ik zei dat .. .' Herbie zweeg. Diep in hem bracht zijn metalen diafragma zacht trillende dissonanten voort. 
   'Zei je niet dat hij zijn ontslag had ingediend?' bulderde Bogert. 'Geef antwoord!' Razend van woede hief Bogert zijn arm op, maar Lanning duwde hem opzij. 'Probeer je hem zo te overdonderen dat hij gaat liegen?' 
   'Je hoorde hem, Lanning. Hij begon "ja" te zeggen en hield toen op. Ga uit de weg. Ik zál de waarheid uit hem krijgen, begrepen?' 
   'Ik zal het hem vragen.' Lanning keerde zich naar de robot. 
   'Goed, Herbie, houd je kalm. Heb ik mijn ontslag ingediend?' 
   Herbie staarde voor zich uit en Lanning herhaalde ongerust: 
   'Heb ik mijn ontslag ingediend?' Het hoofd van de robot maakte een nauwelijks zichtbaar gebaar van ontkenning. Lang wachten leverde verder niets op. 
   De twee mannen keken elkaar aan en de vijandschap die uit hun ogen sprak, was bijna tastbaar. 
   'Wat is dit, voor de donder?' flapte Bogert eruit. 'Is die robot stom geworden? Kun je niet meer praten, jij wangedrocht?' 
   Vlug kwam het antwoord: 'Ik kan praten.' 
   'Geef dan antwoord op de vraag. Zei je me niet dat Lanning zijn ontslag had ingediend? Is dat waar of is dat niet waar?' 
   En weer was er alleen maar een botte stilte totdat plotseling van het andere eind van de kamer Susan Calvins gelach opklonk, schel en half hysterisch. 
   De twee wiskundigen schrokken op en Bogerts ogen vernauwden zich. 'Jij hier? Wat is er zo leuk?' 
   'Er is niets leuks.' Haar stem klonk niet helemaal natuurlijk. 'Het is alleen maar dat ik niet de enige ben die hij te pakken heeft. Er zit ironie in het feit dat drie van de grootste robotica-experts ter wereld in dezelfde eenvoudige val lopen, nietwaar?' 
   Haar stem zakte weg en ze bracht een bleke hand naar haar voorhoofd. 'Maar leuk is het niet.' 
   De blik die de twee mannen deze keer uitwisselden, was er een met opgetrokken wenkbrauwen. 'Waar hebt u het over,' vroeg Lanning stijfjes. 'Is er iets mis met Herbie?' 
   'Nee,' ze kwam langzaam op hen toe lopen, 'met hem is er niets mis - alleen maar met ons.' Plotseling draaide ze zich snel om en schreeuwde tegen de robot: 'Ga uit mijn buurt. Ga naar de andere kant van de kamer en laat me je niet hoeven te zien.' 
   Herbie kromp ineen voor de razernij in haar stem en kletterde op een drafje weg. Lannings stem klonk vijandig. 'Wat heeft dit allemaal te betekenen, mevrouw Calvin?' 
   Ze keek hen aan en zei op sarcastische toon: 'U bent vast en zeker wel op de hoogte met de fundamentele Eerste Wet der Robotica.' 
   De beide anderen knikten tezamen. 'Zeker,' zei Bogert geprikkeld, 'een robot mag een menselijk wezen geen letsel toebrengen, noch door passief te blijven een menselijk wezen letsel laten overkomen.' 
   'Keurig gesteld,' spotte Calvin. 'Maar wat voor soort letsel?' 
   'Nou ... eh ... ieder soort.' 
   'Precies. Ieder soort. En wat als het om gekwetste gevoelens gaat? Wat als het de beschadiging van iemands ego betreft? Wat als het om de vernietiging van iemands hoopvolle verwachtingen gaat? Is dat letsel toebrengen?' 
   Lanning fronste zijn voorhoofd. 'Wat zou een robot kunnen weten van ... '. Toen stokte zijn adem. 
   'U begint het te begrijpen, hè? Deze robot kan gedachtenlezen. Dacht u dat hij niet alles over geestelijk letsel weet? Dacht u dat als hem een vraag wordt gesteld, hij niet precies dat antwoord geeft dat men graag horen wil? Zou een ander antwoord ons geen pijn doen en zou Herbie dat niet weten?' 
   'Goeie Hemel,' mompelde Bogert. 
   De psychologe keek hem smalend aan. 'Ik neem aan dat je hem gevraagd hebt of Lanning zijn ontslag had ingediend. 
  Je wilde horen dat dat zo was en dus vertelde Herbie je dat.' 
   'En ik veronderstel,' zei Lanning toonloos, 'dat dat de reden was waarom hij daareven geen antwoord wilde geven. Hij kon geen ja en geen nee zeggen, want in beide gevallen had hij een van ons beiden gekwetst.' 
   Er viel een korte stilte waarin de mannen peinzend naar de andere kant van de kamer keken waar de robot ineengedoken in een stoel naast de boekenkast zat, met z'n hand onder zijn hoofd. 
   Susan Calvin staarde standvastig naar de vloer. 'Hij wist hier alles van. Die ... die duivel weet alles, met inbegrip van wat er bij zijn montage fout ging.' Er was een donkere en broeiende blik in haar ogen. 
   Lanning keek op. 'Dat hebt u mis, mevrouw Calvin. Hij weet niet wat er fout ging. Ik heb het hem gevraagd.' 
   'Wat heeft dat nou te betekenen?' riep mevrouw Calvin uit. 'Alleen maar dat u niet wilde dat hij u de oplossing gaf. Het zou uw ego schade toebrengen als een machine deed waartoe u niet in staat was. Heb jij het hem gevraagd?' Die vraag vuurde ze op Bogert af. 
   'In zekere zin.' Bogert kuchte en liep rood aan. 'Hij zei me dat hij erg weinig van wiskunde af wist.' 
   Lanning lachte, maar niet erg hard en de psychologe glimlachte sarcastisch. 'Ik zal het hem vragen,' zei ze. 'Mijn ego zal geen schade lijden als hij de oplossing geeft.' Ze verhief haar stem en riep koud en gebiedend: 'Kom hier!' 
   Herbie stond op en kwam schoorvoetend dichterbij. 
   'Ik veronderstel dat je precies weet,' zei ze, 'op welk punt in je montage er een vreemde factor binnengeslopen is of een essentiële factor weggelaten werd.' 
   'Ja,' zei Herbie nauwelijks verstaanbaar. 
   'Wacht eens even,' kwam Bogert boos tussenbeide. 'Dat hoeft niet noodzakelijk waar te zijn. U wilt het horen, dat is alles.' 
   'Doe niet zo dwaas,' antwoordde mevrouw Calvin. 'Hij weet minstens evenveel van wiskunde als jij en Lanning samen omdat hij gedachten kan lezen. Geef hem een kans.' 
   De wiskundige kalmeerde en mevrouw Calvin vervolgde: 'Goed dan, Herbie, kom op. We wachten.' En terzijde: 'Pen en papier gereed, heren.' 
   Maar Herbie bleef zwijgen en er klonk triomf in de stem van de psychologe. 'Waarom geef je geen antwoord, Herbie?' 
   'Ik kan niet,' gooide de robot er plotseling uit, 'ik weet dat ik het niet kan. Meneer Bogert en meneer Lanning willen niet dat ik het zeg.' 
   'Ze willen de oplossing weten.' 
   'Maar niet van mij.' 
   Lanning onderbrak hen. Hij sprak langzaam en afgemeten. 'Doe niet zo idioot, Herbie. We willen dat je het ons vertelt.' 
   Bogert knikte kort. Herbie's stem steeg tot een verwilderd geluid. 'Wat heeft het voor zin om dat te zeggen. Dacht u dat ik niet door het dunne vliesje van uw geest heen kon kijken? Daaronder wilt u niet dat ik het vertel. Ik ben een machine, alleen krachtens de wisselwerking van de positronische Circuits in mijn brein - en dat is een menselijke uitvinding - ben ik de nabootsing van een mens. U kunt zich door mij niets laten vertellen zonder gekwetst te worden. U kunt uzelf niet bekennen dat ik meer weet dan u. Dat zit diep in uw geest en kan er niet uitgewist worden. Ik kan u de oplossing niet geven.' 
   'We gaan weg,' zei Lanning. 'Vertel het aan mevrouw Calvin.' 
   'Dat zou geen enkel verschil maken,' riep Herbie uit, 'omdat u toch zou weten dat ik het was die het antwoord gaf.' 
   Susan Calvin hervatte: 'Maar Herbie, je begrijpt dat ondanks dát Lanning en Bogert tóch achter de oplossing willen komen.' 
   'Door eigen inspanning,' hield Herbie aan. 
   'Maar ze willen het en het feit dat jij het weet en het niet zeggen wilt, kwetst hen. Dat heb je toch wel door, hè?' 
   'Ja! Ja!' _ 
   'En als je het hun vertelt, kwetst dat hen óók.' 
   'Ja! Ja!' Herbie week langzaam achteruit en stap voor stap kwam Susan Calvin naar voren. Als aan de grond genageld keken de twee mannen verbijsterd toe. 
   'Je kunt het hun niet vertellen,' dreunde de stem van de psychologe langzaam, 'omdat dat kwetsen zou en je mag niet kwetsen. Maar als je het niet vertelt, kwets je, dus moet je het vertellen. En als je het doet, kwets je en dat mag je niet, dus kun je het hun niet vertellen; maar als je het niet doet, kwets je, dus moet je het; maar als je het doet, kwets je, dus moet je het niet; maar als je het niet doet, kwets je, dus moet je het; maar als je het doet, dan .. .' 
   Herbie drukte zich tegen de muur en viel daar op z'n knieën. 
   'Stop!' schreeuwde hij. 'Sluit uw geest af! Hij is vol met pijn en frustratie en haat! Ik bedoelde het niet zo, zeg ik u! Ik probeerde te helpen! Ik vertelde u wat u horen wilde! Ik moest!' 
   De psychologe besteedde er geen aandacht aan. 'Je moet het vertellen, maar als je het doet, kwets je, dus moet je het niet doen, maar als je het niet doet, kwets je, dus moet je het, maar ... ' 
   En Herbie gilde! 
   Het was het gefluit van een piccolo, maar dan vele keren versterkt, schril en schriller totdat ‘t het geweeklaag was van een ziel die zich verloren weet en de hele kamer er doordringend van vervuld was. 
En toen het in het niets wegstierf, zakte Herbie in een verwarde hoop van bewegingloos metaal in elkaar. 
   Uit Bogerts gezicht was al het bloed weggetrokken. 'Hij is dood!' 
   'Nee.' Susan Calvin barstte in een wild gelach uit dat haar lichaam deed schokken. 'Niet dood - alleen maar krankzinnig. Ik stelde hem voor een onoplosbaar dilemma en hij stortte in. Je kunt hem nu wel slopen, want spreken zal hij nooit meer.' 
   Lanning lag op zijn knieën naast het ding dat Herbie geweest was. Zijn vingers raakten het koude, starre metalen gezicht aan en hij huiverde. 'Dat deed u met opzet.' Hij stond op en keek haar met een vertrokken gezicht aan. 
   'En wat dan nog? U kunt hem nu toch niet meer helpen.' En in een plotselinge nieuwe vlaag van verbittering: 'Hij verdiende het.' 
   De directeur greep de verlamde bewegingloze Bogert bij de pols. 
   'Wat maakt het ook uit. Kom mee, Peter.' Hij zuchtte. 'Aan een denkende robot van deze soort hebben we toch niets.' 
   Zijn ogen stonden oud en vermoeid en hij herhaalde: 'Kom mee, Peter!' 
   Twee minuten nadat de twee wiskundigen vertrokken waren, hervond Susan Calvin een deel van haar geestelijke evenwicht. 
   Langzaam keerde ze haar blik naar de levend-dode Herbie en de trek van gespannenheid verscheen weer op haar gezicht. 
   Ze staarde een lange tijd terwijl het gevoel van triomf wegebde en de hulpeloze vertwijfeling terugkeerde en van al haar turbulente gedachten kwam er maar één, een oneindig verbitterde, over haar lippen. 
   'Leugenaar!' 


(vertaald door Leo H. Zelders)


#AnnoDeTwintigsteEeuw
#Categorie5AmerikaanseSchrijvers
#Lesniveau**3**
#ThemaFantasyHorrorSF

Isaac Asimov
Lees voor 🔊
De mooiste verhalen uit Nederland en de wereld op je tablet, telefoon of notebook. Met dank aan de Nederlandse Taalunie.